Overslaan naar inhoud

Zonnepanelen in EPC niet-residentieel: waarom eigengebruik het verschil maakt

11 maart 2026 in
Zonnepanelen in EPC niet-residentieel: waarom eigengebruik het verschil maakt
Sam Van Bogaert

Steeds meer bedrijfsgebouwen beschikken vandaag over zonnepanelen. Dat is een logische stap: lokale productie van hernieuwbare elektriciteit verlaagt de energiefactuur en draagt bij aan de energietransitie.


Maar wanneer een gebouw wordt beoordeeld binnen EPC niet-residentieel (EPC NR), blijkt al snel dat het verhaal genuanceerder ligt. Niet alle opgewekte “groene stroom” telt automatisch mee als hernieuwbare energie binnen het energielabel. Bij zonnepanelen speelt eigengebruik en correcte meting een belangrijke rol.


Kort samengevat


Heeft u weinig tijd? Dit zijn de belangrijkste inzichten:


  • Binnen EPC NR telt lokale hernieuwbare energie, niet groene stroom via het net.
  • Bij zonnepanelen speelt eigengebruik van de productie een belangrijke rol.
  • Hoe meer eigen geproduceerde elektriciteit u zelf gebruikt, hoe groter de impact op het energielabel.
  • Correcte metingen van productie, afname en injectie zijn essentieel.
  • Het dak volleggen met zonnepanelen is niet automatisch de beste strategie.


Hieronder tonen we met een eenvoudig voorbeeld hoe dit in de praktijk werkt.


Wat wordt binnen EPC NR als hernieuwbare energie beschouwd?


Binnen het EPC NR wordt energiegebruik als (deels) hernieuwbaar beschouwd wanneer aan twee voorwaarden wordt voldaan. De energie moet:


1. Hernieuwbaar worden opgewekt

Bijvoorbeeld door:

zonnepanelen

windenergie

warmtepompen

of warmte geleverd via een warmtenet dat (deels) hernieuwbaar wordt gevoed.


2. Direct verbonden zijn met de gebouweenheid

De hernieuwbare energie moet rechtstreeks verbonden zijn met de eenheid waarvoor het EPC wordt opgesteld.


Dat betekent concreet dat de energie niet via het distributienet wordt aangeleverd.

Dit heeft een belangrijk gevolg. Elektriciteit die contractueel als “groen” wordt aangekocht, wordt in deze methodiek niet beschouwd als hernieuwbare energie.


Voor het energielabel telt dus enkel lokale hernieuwbare productie of hernieuwbare energie die rechtstreeks aan de gebouweenheid wordt geleverd, zonder tussenkomst van het distributienet.


Zonnepanelen: productie en eigengebruik


Wanneer een gebouw zonnepanelen heeft, wordt de geproduceerde elektriciteit in principe beschouwd als hernieuwbare energie.


Maar de berekening kijkt niet alleen naar hoeveel elektriciteit wordt geproduceerd, maar ook naar hoeveel daarvan in het gebouw zelf wordt gebruikt.


Een eenvoudig voorbeeld maakt dat duidelijk.


ScenarioProductie PVInjectieEigengebruik (PV – injectie)Afname van het netTotale energie (eigengebruik + afname)Energielabel
Scenario 1 – Hoog eigen-gebruik10 000 kWh2 000 kWh8 000 kWh12 000 kWh20 000 kWhC (40%)
Scenario 2 – Hoog aandeel injectie10 000 kWh7 000 kWh3 000 kWh17 000 kWh20 000 kWhD (15%)
Twee gebouwen met dezelfde PV-installatie kunnen dus een verschillend resultaat krijgen, afhankelijk van hoeveel van de productie lokaal wordt gebruikt.


Waarom correcte metingen belangrijk zijn


Om de bijdrage van zonnepanelen correct te berekenen, moeten verschillende energiestromen betrouwbaar worden gemeten. Voor afname van het net en injectie kan gebruik worden gemaakt van de gegevens van de digitale nutsmeter.


Voor de productie van zonnepanelen ligt dat anders. De productiegegevens die uit een omvormer worden gehaald, zijn volgens het inspectieprotocol niet nauwkeurig genoeg om rechtstreeks te gebruiken.


Daarom moet een energiemeter worden geplaatst die voldoet aan de nauwkeurigheidseisen van het inspectieprotocol. Dat is een detail dat vaak pas naar boven komt wanneer een EPC NR wordt opgesteld.


Wat betekent dit voor gebouweigenaren?


Enkele praktische aandachtspunten wanneer u zonnepanelen overweegt of al een installatie heeft.


1. Het dak volleggen met panelen is geen strategie

Een installatie die niet is afgestemd op uw gebruiksprofiel zal leiden tot veel injectie op het net. Wat u niet direct verbruikt, telt niet mee in de bepaling van het energielabel. De juiste strategie is uw installatie dimensioneren op uw energieprofiel.


2. Voorzie een productiemeter

Een productiemeter kan zowel voor bestaande als nieuwe installaties geplaatst worden. Bij een nieuwe installatie laat u dit best opnemen in de offerte. Let erop dat deze meter voldoet aan de nauwkeurigheidseisen van het inspectieprotocol, zodat de productie correct kan worden meegenomen in het EPC.


3. Denk na over hoe u uw eigengebruik verhoogt

Om meer lokaal geproduceerde energie zelf te gebruiken — en minder elektriciteit van het net af te nemen — kunnen bijvoorbeeld volgende oplossingen nuttig zijn:

  • een energiemanagementsysteem
  • sturing van installaties
  • of energieopslag.


Overweegt u zonnepanelen of heeft uw gebouw al een installatie?


Dan is het zinvol om niet alleen naar de productie van hernieuwbare energie te kijken, maar ook naar:

  • hoe die energie in uw gebouw wordt gebruikt
  • hoe ze correct wordt gemeten
  • en of de installatie is afgestemd op het energieprofiel van het gebouw.

Verplichtingen voor niet-residentiële gebouwen, zoals EPC NR, hebben ook impact op de keuzes die u vandaag maakt rond hernieuwbare energie, energieopslag en energiebeheer.

Dat helikopterzicht ontbreekt vaak wanneer installaties puur vanuit technologie worden ontworpen.

Een analyse van uw installatie en energiestromen kan daarom zowel bij bestaande als bij nieuwe installaties voordelen opleveren, bijvoorbeeld door:

  • de impact op uw EPC NR correct te beoordelen
  • uw installatie beter af te stemmen op het energiegebruik van het gebouw
  • overinvesteringen te vermijden
  • en het eigengebruik van hernieuwbare energie te verhogen.

Zo maakt u keuzes die niet alleen technisch logisch zijn, maar ook strategisch kloppen voor uw gebouw op lange termijn.

Wilt u weten hoe dit voor uw gebouw zit? We bekijken het graag samen met u.

Bespreek uw situatie met ons